Is sensemaking really a process?

Lees verder

What do we mean when we say that sensemaking never ends? And are we radical enough when we think about process?

—- Nederlandse vertaling onderaan —

Karl Weick famously urged us to “stamp out nouns”; to stop treating organizations as fixed entities and start seeing them as ongoing, unfolding processes. Sensemaking has been central to that shift. Yet the precise nature of process in sensemaking remains surprisingly vague.

In the fourth chapter of my book Rethinking Sensemaking, I push toward a more radical processual ontology, drawing on James, Bergson, Whitehead, and Mead. The key move is taking time seriously, not as a neutral container of events but as pure duration: a continuous, heterogeneous flow of becoming.

This rethinking of time is inseparable from sensemaking’s retrospective character. Retrospection implies a cut in the stream of experience, a selection, a freezing of flow. But is sensemaking necessarily a matter of such cuts? Or can it also reach toward something more intuitive, affective, embodied – an attunement to experience before it is conceptualized?

That question lies at the heart of this chapter.

Rethinking Sensemaking is available at all major bookstores and directly from Palgrave Macmillan. Individual chapters are also available directly from the publisher.

https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-032-11631-4

In my next post, I’ll explore the pragmatist take on sensemaking through James, Mead, and Dewey.

This is the third post in a series of posts on Rethinking Sensemaking. More information and other posts can be found here.


Is sensemaking echt een process?

Wat bedoelen we als we zeggen dat sensemaking nooit ophoudt? En zijn we radicaal genoeg als we over ‘proces’ nadenken?

Karl Weick spoorde ons aan “to stamp out nouns”: om te stoppen organisaties te zien als vaste entiteiten en ze in plaats daarvan te begrijpen als voortdurende, zich ontvouwende processen. Het concept sensemaking staat centraal in deze visie. Toch blijft de precieze aard van dat proces in sensemaking opvallend vaag.

In het vierde hoofdstuk van mijn boek Rethinking Sensemaking pleit ik voor een radicalere processuele ontologie, gebaseerd op het werk van James, Bergson, Whitehead en Mead. Waar het om gaat, is dat we tijd serieus nemen: niet als een neutrale achtergrond voor gebeurtenissen, maar als pure duur: een continue, heterogene stroom van worden.

Dit opnieuw denken van tijd is onlosmakelijk verbonden met het retrospectieve karakter van sensemaking. Retrospectie impliceert een ingrijpen in de stroom van de ervaring; een selectie, een bevriezen van het continue proces. Maar is sensemaking noodzakelijkerwijs een kwestie van dat ingrijpen? Of kan het ook verwijzen naar iets meer intuïtiefs, affectiefs, lichamelijks: een afstemming op de ervaring vóórdat ze wordt geconceptualiseerd?

Die vraag ligt in het hart van dit hoofdstuk.

Rethinking Sensemaking is verkrijgbaar bij alle grote boekhandels en rechtstreeks bij Palgrave Macmillan — afzonderlijke hoofdstukken zijn ook apart verkrijgbaar.

https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-032-11631-4

In mijn volgende post ga ik in op de pragmatistische benadering van sensemaking via James, Mead en Dewey.

Dit is deel 4 in een serie van 8 posts. Meer informatie over het boek en de andere posts vind je hier.

Geplaatst in Rethinking sensemaking en getagd met , , .
Delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *