Veel van wat we doen doen we op de automatische piloot. Dat is handig en efficiënt. Maar wat als je automatische piloot je de verkeerde kant opstuurt? Onderzoek je eigen denken met Gilles Deleuze.
We doen veel op de automatische piloot. Bijvoorbeeld:
- We nemen elke dag dezelfde weg naar werk.
- Op kantoor spreken we bij de koffieautomaat en tijdens de lunch dezelfde collega’s.
- We denken vaak volgens dezelfde patronen die zich keer op keer herhalen.
Daar is helemaal niks mis mee!
In tegendeel: het is handig en efficiënt. Als je elke keer zou moeten nadenken over welke je route je naar je werk zou kunnen nemen, kost dat energie en moet je extra opletten. Dan kun je niet even mijmeren over die ruzie met je puberzoon bij het ontbijt of die vraag van die collega tijdens de vergadering.
Hetzelfde geldt voor ons denken: ook dat gaat vaak automatisch en zonder er al te veel over na te denken (sic). Ook dat is prima: als we elke gedachte aan een diepgravend filosofisch onderzoek zouden onderwerpen, zouden we veel denken en weinig doen.
Elk voordeel heb z’n nadeel
Maar er zit (zoals bij alles) een nadeel aan dit automatisme. Om te beginnen: als je altijd doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Je ontdekt geen nieuwe dingen, en het leven wordt een beetje een sleur.
Dat is vervelend, maar het wordt pas echt gevaarlijk als je in je eigen waarheden gaat geloven. Dat je denkt dat de wereld zus en zo (en niet anders) in elkaar steekt. Dit dit denken beïnvloedt je waarneming, waardoor je de dingen niet meer helemaal scherp ziet.
We zijn allemaal complotdenkers!
Dit zie je het sterkst bij complotdenkers. Mensen die geloven dat er een complot gaande is zien dat in allerlei toevallige gebeurtenissen bevestigd. Maar in feite zijn we allemaal een beetje complotdenkers, in de zin dat we voortdurend bevestiging zoeken (en vinden!) voor onze aannames.
Daarom is het belangrijk om je denken af en toe te onderzoeken en een beetje op te rekken. Dat kun je doen door de 3 ‘denkinstrumenten’ te gebruiken van Gilles Deleuze. Deze Franse filosoof geloofde dat er niet één statische waarheid is, maar dat de werkelijkheid veranderlijk is en dat je haar daarom op heel veel verschillende manieren kunt bekijken.
Stap 1: onderzoek het ‘normale’ beeld van het denken
Alleen is dat niet heel praktisch, want dan moet je elke keer als je met andere wil communiceren of samenwerken de verschillende perspectieven naast elkaar leggen. Daarom reduceren we in het dagelijks leven deze meervoudigheid vaak tot één perspectief waar we het globaal over eens zijn. Dat noemde Deleuze het ‘beeld van het denken’ (‘image of thought’). Dit gangbare of ‘normale’ beeld van het denken is het perspectief dat we als ‘waar’ beschouwen. Vaak praten we daarover in termen van ‘wat iedereen vindt’ of ‘het is toch zo dat…’
Maar is dat zo?
Zou je er ook anders tegenaan kunnen kijken? Hoe zou het zijn als je het tegendeel denkt? Dus stap 1 om scherper te denken is: stel vragen bij datgene wat vanzelfsprekend lijkt.
Dat klinkt makkelijker dan het is. Er wordt namelijk voortdurend een beroep op ons gedaan om het eens te zijn met wat ‘iedereen vindt’. Doe je dat niet, dan word je als lastig gezien.
Stap 2: onderzoek concepten.
Voor Deleuze zijn concepten geen woorden in een woordenboek waarvan je de betekenis kunt opzoeken. In tegendeel: het zijn levende instrumenten voor het denken die je kunt kneden en vormen met behulp van andere concepten. Je bouwt er muurtjes mee voor het denken.
Neem een term als ‘samenwerking’. Welke beelden heb je daarbij? Misschien denk je aan begrippen als ‘harmonie’, ‘een gezamenlijk doel’, ‘samen de schouders eronder zetten’… Deze begrippen vormen dan samen ons denken over samenwerking. Maar wat als je ‘harmonie’ vervangt door ‘strijd’? Kun je een samenwerking ook als strijd zien? En als je nu eens uitgaat van verschillende doelen, die in een samenwerking om voorrang strijden? Ontstaat er dan al een ander beeld?
Een belangrijk punt voor Deleuze is dat dit alternatieve beeld (en het originele beeld) niet goed of fout is, maar dat het mogelijke perspectieven zijn die je denken kunnen oprekken. Dat is vooral belangrijk als het gangbare beeld nogal dominant is en het andere perspectieven uitsluit. Want dat is iets dat Deleuze van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche heeft geleerd: concepten en beelden van denken zijn nooit neutraal, maar altijd waarden-gedreven. Het zijn machtsinstrumenten die ons denken en doen beïnvloeden.
Stap 3: breng netwerken in kaart
Daarom is de derde stap van belang: breng netwerken van concepten en beelden van het denken in kaart. Waarom denken wij dat samenwerking gericht is op een gezamenlijk doel? Voor wie is dat belangrijk? En waarom?
Als je dergelijke vragen gaat stellen, ontdek je dat bepaalde manieren van denken gekoppeld zijn als bestaande machtsstructuren en belangen. Een goed voorbeeld is de slogan dat ‘de economie moet groeien’. Waarom is dat zo belangrijk? En voor wie? Wie profiteert daar het meeste van?
Dat wil niet zeggen dat je meteen in complotten moet gaan geloven; dat zou wat al te simpel zijn. Deleuze (en Nietzsche) zien het als een permanente machtsstrijd, waarbij iedereen probeert zijn of haar perspectief op de werkelijkheid te delen. Daar is ook dit stukje een voorbeeld van.
Deze blog is lichtjes gebaseerd op een blog van Romaric Janel op Medium.
Ook scherper leren denken? Bekijk hier ons aanbod.
Geplaatst in filosofie praktisch en getagd met Deleuze, denken, tools.